Zondagse lezing

Zondag 17 januari 2020 - Tweede zondag door het jaar - B

Sam 3, 3b-10.19                     Spreek, Heer uw dienaar luistert
Joh 1, 35-42                           De eerste leerlingen bij Jezus

Roeping van de eerste leerlingen
De volgende dag stond Johannes daar weer, nu met twee van zijn leerlingen. 
Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: “Zie, het Lam Gods.” 
De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna. 
Jezus keerde zich om en toen Hij zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij hun: “Wat verlangt gij?” Ze zeiden tot Hem: “Rabbi” – vertaald betekent dit: Meester – “waar verblijft ge?” 
Hij zei hun: “Gaat mee om het te zien”. Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. 
Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die het gezegde van Johannes hadden gehoord en Jezus achterna waren gegaan. 
De eerste die hij ontmoette was zijn broer Simon tot wie hij zei: “Wij hebben de Messias:” – vertaald betekent dat: de Gezalfde – “gevonden,” 
en hij bracht hem bij Jezus. Jezus zag hem aan en zeide: “Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas – dat betekent: Rots – genoemd worden.”